Deze vintage pullover wordt bijna helemaal uit één stuk gebreid. Je begint onderaan het rugpand, breit de mouwen mee, vormt vervolgens de hals en breit daarna via het voorpand weer naar beneden. Het verspringende structuurpatroon geeft de trui een subtiel reliëf, terwijl de boorden in ribbelsteek voor een rustige afwerking zorgen.
Het oorspronkelijke handgeschreven patroon vermeldt geen garensoort, naalddikte of exacte confectiematen. Daarom is het patroon hieronder zo nauwkeurig mogelijk naar moderne breitaal vertaald, met waar nodig een duidelijke toelichting bij de onzekerheden.


Dit oude handgeschreven breipatroon beschrijft een pullover die vrijwel helemaal uit één stuk wordt gebreid. Je begint onderaan het rugpand, zet later de steken voor beide mouwen erbij, breit over de schouders en hals naar het voorpand en eindigt weer met de boord onderaan.
Het oorspronkelijke patroon geeft twee maten, maar vermeldt helaas geen garensoort, naalddikte of horizontale steekverhouding. De onderstaande beschrijving is daarom zo letterlijk mogelijk naar moderne breitaal vertaald.
Het oorspronkelijke patroon geeft twee maten:
kleine maat: 67 steken
grote maat: 71 steken
De exacte confectiematen worden niet genoemd.
Op basis van de lengtematen lijkt het waarschijnlijk om kinder-/jeugdmaten te gaan. Een voorzichtige inschatting is ongeveer 122/128 en 134/140, maar dit kan zonder oorspronkelijke steekverhouding niet met zekerheid worden vastgesteld.
De horizontale steekverhouding ontbreekt in het origineel.
Uit de opgegeven aantallen naalden en centimeters is wel af te leiden dat het grondpatroon ongeveer uitkomt op:
36 naalden = 10 cm
De boord in ribbelsteek komt ongeveer uit op:
44 naalden = 10 cm
Maak daarom bij voorkeur eerst een proeflapje.
Let op: de oorspronkelijke naalddikte en garensoort zijn niet vermeld. Fijn breigaren met breinaalden rond 3 mm kan een logisch uitgangspunt zijn voor een proeflapje, maar dit is een reconstructie en geen gegeven uit het oorspronkelijke patroon.
st = steek/steken
nld = naald
r = recht
av = averecht
2 av samen = 2 steken averecht samenbreien
afk = afkanten
opz = opzetten
Het grondpatroon wordt gebreid over een oneven aantal steken en bestaat uit 8 naalden.
Naald 1
Brei alle steken recht.
Naald 2
Brei alle steken averecht.
Naald 3
Brei 1 st averecht.
Brei daarna steeds 2 st averecht samen tot het einde van de naald.
Het aantal steken is nu tijdelijk verminderd.
Naald 4
Brei 1 st recht.
Brei daarna steeds:
brei 1 nieuwe steek recht uit de dwarsdraad tussen de steken, brei 1 st recht.
Herhaal dit tot het einde van de naald.
Hiermee wordt het oorspronkelijke aantal steken weer hersteld.
Naald 5
Brei alle steken recht.
Naald 6
Brei alle steken averecht.
Naald 7
Het patroon wordt nu een steek verschoven.
Brei vanaf het begin steeds 2 st averecht samen.
Eindig met 1 st averecht.
Naald 8
Brei zoals naald 4:
Brei 1 st recht en brei vervolgens steeds 1 nieuwe steek recht uit de dwarsdraad en 1 st recht.
Het oorspronkelijke aantal steken is nu weer hersteld.
Herhaal voortdurend naald 1 t/m 8.
Controle van het stekenaantal
Controleer regelmatig het aantal steken. Aan het begin van een nieuwe patroonherhaling moet je steeds weer het oorspronkelijke aantal steken hebben.
In het handgeschreven patroon staat niet vermeld of de steek uit de dwarsdraad gedraaid moet worden gebreid. Brei de meerdering daarom bij voorkeur eerst in een proeflapje en kies de uitvoering die het oorspronkelijke structuurpatroon het mooist benadert.
Zet 67 (71) st op.
Onderboord
Brei 22 nld recht.
Dit vormt 5 cm ribbelsteek.
Rugpand
Brei vervolgens:
kleine maat: 82 nld = ongeveer 23 cm
grote maat: 90 nld = ongeveer 25 cm
in het grondpatroon.
In de daaropvolgende naald, dus de 83e (91e) nld vanaf het begin van het grondpatroon, zet je de mouwsteken op.
Let op: begin het grondpatroon hier niet opnieuw bij naald 1. Na 82 (90) naalden zijn naald 1 en 2 van de volgende patroonherhaling gebreid. Ga in deze naald daarom verder met naald 3 van het grondpatroon.
Zet aan het begin van de naald 39 nieuwe steken op voor de rechtermouw en aan het einde van dezelfde naald 39 nieuwe steken voor de linkermouw.
Brei vanaf nu aan beide buitenkanten 7 st recht op iedere naald.
Deze 7 steken vormen aan beide mouwuiteinden een boord in ribbelsteek.
Brei de middelste:
131 st bij de kleine maat;
135 st bij de grote maat
in het grondpatroon.
Brei vanaf het begin van de mouwen 61 nld = ongeveer 17 cm. De naald waarin de mouwsteken zijn opgezet, telt hierbij als de eerste naald.
Begin daarna met de halsbies.
Brei over de middelste 33 st voortaan recht op iedere heen- en teruggaande naald.
De overige steken blijven volgens het bestaande patroon gebreid:
de buitenste 7 st aan iedere kant in ribbelsteek;
de steken daartussen in het grondpatroon.
Brei zo 11 nld = ongeveer 3 cm.
In de 11e nld van de halsbies kant je de middelste 23 st af.
Aan iedere kant van de halsopening blijven hierdoor 5 steken van de halsbies over.
Brei beide helften nu afzonderlijk.
Je hebt per helft:
kleine maat: 61 st
grote maat: 63 st
Brei daarbij:
de buitenste 7 st bij de mouw recht op iedere naald;
de 5 st langs de halsopening eveneens recht op iedere naald;
de overige 49 (51) st in het grondpatroon.
Eerste helft
Brei de eerste helft nog 42 nld = ongeveer 12 cm.
Laat de steken daarna wachten.
Tweede helft
Brei de andere helft op dezelfde manier gedurende 42 nld = ongeveer 12 cm.
Halsopening weer sluiten
In de daaropvolgende naald – de 43e nld vanaf het begin van de halsopening – worden beide helften weer met elkaar verbonden.
Zet tussen beide delen 23 nieuwe steken op en sluit vervolgens het andere deel weer aan.
Je hebt opnieuw:
145 st bij de kleine maat;
149 st bij de grote maat.
Brei over de middelste 33 st weer recht op iedere heen- en teruggaande naald. Hierdoor ontstaat aan de voorkant opnieuw een halsbies in ribbelsteek.
Brei zo 11 nld = ongeveer 3 cm.
Na voltooiing van deze halsbies brei je nog 25 nld = ongeveer 7 cm, waarbij de buitenste 7 st aan iedere zijde recht worden gebreid en de steken daartussen volgens het grondpatroon.
Kant nu aan beide kanten 39 st af.
Er blijven:
67 st voor de kleine maat;
71 st voor de grote maat
over.
Dit zijn de steken voor het voorpand.
Nadat aan beide zijden de 39 mouwsteken zijn afgekant, blijven 67 (71) steken over voor het voorpand.
Brei over deze steken:
kleine maat: 82 nld = ongeveer 23 cm in het grondpatroon;
grote maat: 90 nld = ongeveer 25 cm in het grondpatroon.
Brei daarna 22 nld recht = ongeveer 5 cm ribbelsteek.
Kant vervolgens alle steken af.
Het oorspronkelijke handgeschreven patroon bevat geen aparte beschrijving van de afwerking.
Omdat rugpand, schouders en voorpand uit één stuk zijn gebreid, hoeven er geen schoudernaden te worden gemaakt.
Leg het werk met voor- en rugpand op elkaar en naai aan beide zijden:
de mouwnaad vanaf de mouwboord richting oksel;
aansluitend de zijnaad van oksel tot onderboord.
Werk alle losse draden netjes weg.
Dit patroon is vanuit een oud handgeschreven origineel naar moderne breitaal omgezet. De constructie en aantallen steken en naalden zijn uit het oorspronkelijke patroon overgenomen.
De oorspronkelijke garensoort, naalddikte, horizontale steekverhouding en exacte confectiematen ontbreken. Daarom is het verstandig eerst een proeflapje te breien voordat je aan de pullover begint.
De opgegeven maten 122/128 en 134/140 zijn een inschatting op basis van de lengtematen en staan niet letterlijk in het oorspronkelijke patroon.