
Met dit vintage handgeschreven breipatroon maak je Pluis de muis: een zachte, gestreepte knuffelmuis met ronde oortjes en een eenvoudig gebreid lijf.
Het patroon wordt gebreid met drie kleurtinten: een donkerste kleur voor het begin van het lijf en de oortjes, een lichte kleur en een donkere kleur voor het streeppatroon. Je kunt zelf een combinatie kiezen, bijvoorbeeld zwart, grijs en wit of donkerbruin, beige en crème.

Dit patroon is gebaseerd op een oud handgeschreven breipatroon voor een gestreepte muizenknuffel. Het lijf wordt helemaal in ribbelsteek gebreid: iedere naald wordt recht gebreid.
Breinaalden nr. 4
Donkere wol, bijvoorbeeld donkerbruin, zwart of donkergrijs
Lichte wol, bijvoorbeeld lichtgrijs, beige, crème of wit
Vulmateriaal
Stopnaald
Oogjes of donker vilt/garen voor de ogen
Gebruikte steek
Ribbelsteek: brei iedere naald recht.
Begin aan de punt van de kop met de donkere kleur.
Brei volgens het oorspronkelijke patroon en meerder geleidelijk tot je 45 steken op de naald hebt.
Het meerderen gebeurt over 6 meerderingen. Tussen de meerdernaalden wordt steeds een gewone naald recht gebreid.
Daardoor beslaat dit gedeelte:
6 meerdernaalden;
6 teruggaande naalden;
in totaal 12 naalden = 6 ribbels.
Na de laatste meerdering heb je 45 steken.
Belangrijk
Brei na het bereiken van 45 steken geen extra donkere baan.
Wissel direct naar de lichte kleur en begin met het streeppatroon.
Brei met 45 steken verder in ribbelsteek.
Brei de kleurbanen volgens het oorspronkelijke patroon:
8 ribbels licht
4 ribbels donker
8 ribbels licht
4 ribbels donker
8 ribbels licht
4 ribbels donker
8 ribbels licht
Omdat iedere ribbel uit twee naalden bestaat, zijn:
8 ribbels = 16 naalden;
4 ribbels = 8 naalden.
Brei alle naalden recht.
Daarna wordt het achterste gedeelte van het lijf volgens het oorspronkelijke patroon verder gevormd en afgenomen.
In elkaar zetten
Vouw het gebreide lijf in de lengte dubbel met de goede kant naar buiten.
Naai de lange naad netjes dicht.
Vul de muis tijdens het dichtnaaien met vulmateriaal. Vul hem stevig genoeg om een ronde vorm te krijgen, maar niet zo strak dat de ribbels volledig worden uitgerekt.
Vorm tijdens het vullen:
een spitse kop;
een rond, langwerpig lijf;
een iets smaller achterlijf.
Sluit de achterkant netjes.
Brei twee oren met de donkere wol volgens het oorspronkelijke patroon.
Naai de oren aan beide kanten van de muis.
Plaats van de oren
Bij het proefbreien bleek dat de oorspronkelijke plaatsingsaanwijzing de oren vrij laag op het lijf laat uitkomen.
Voor een duidelijkere muizenvorm kun je de oren beter:
hoog aan weerszijden van de kop plaatsen;
vlak achter de overgang van de donkere kop naar de eerste lichte baan;
iets naar voren gericht vastnaaien.
Van voren gezien moeten beide oren gedeeltelijk boven de kop uitsteken.
Naai eerst slechts een klein gedeelte vast en controleer de positie voordat je het hele oor vastzet.
Plaats aan beide zijden van de donkere kop een oog.
Gebruik bijvoorbeeld:
veiligheidsoogjes;
kleine donkere knoopjes;
zwart vilt;
of geborduurde ogen.
Gebruik bij een knuffel voor jonge kinderen bij voorkeur geborduurde ogen in plaats van losse onderdelen.
Maak de staart volgens het oorspronkelijke patroon van de lichte en donkere wol.
Bevestig hem midden aan de achterkant van het lijf.
De staart mag lang en dun blijven en hoeft niet te worden gevuld.
Het oorspronkelijke patroon is handgeschreven en op enkele punten zeer beknopt. Deze moderne beschrijving is daarom gebaseerd op zowel het oude patroon als een daadwerkelijk gebreide proefversie.
Uit die proef bleek onder andere dat:
Dit oude handgeschreven breipatroon is onderdeel van de verzameling vintage en moderne breipatronen voor knuffels en dieren.