Een mand vol teckeltjes

Dit oude breipatroon voor een mand vol teckeltjes komt uit een handgeschreven verzameling breipatronen. Met één basispatroon brei je een complete teckelfamilie: een vader, een moeder en kleine teckelpupjes. Door voor ieder hondje andere stekenaantallen en afmetingen te gebruiken, ontstaan verschillende formaten.

 

De teckeltjes worden eenvoudig in ribbelsteek gebreid met middeldikke wol en breinaalden van 2,5 mm. Het lijf, de buik met de binnenkant van de pootjes, het kopje en de oren worden afzonderlijk gebreid en daarna samengevoegd en licht opgevuld.

Het oorspronkelijke patroon beschrijft helaas niet hoe de onderdelen in elkaar worden gezet. Daarom heb ik de afwerking zo logisch mogelijk gereconstrueerd aan de hand van de vorm en afmetingen van de gebreide delen. De oorspronkelijke breiaanwijzingen zelf zijn behouden en omgezet naar een overzichtelijke, moderne beschrijving.

Gebreide teckel in ribbelsteek – voorbeeld bij oud breipatroon
Gebreide teckel in ribbelsteek – voorbeeld bij oud breipatroon

Een mand vol tekkeltjes – oud breipatroon

Dit bijzondere oude breipatroon beschrijft een hele familie gebreide teckels: vader, moeder en kleine pupjes. De hondjes worden in ribbelsteek gebreid met middeldikke wol. Door verschillende stekenaantallen en maten te gebruiken, maak je met hetzelfde patroon drie verschillende formaten.

Het oorspronkelijke handgeschreven patroon beschrijft het breien van het lijf, de buik met de binnenkant van de pootjes, het kopje en de oren. Een beschrijving van het in elkaar zetten ontbreekt. Onderaan vind je daarom een gereconstrueerde afwerking.

 

Benodigdheden

middeldikke wol

breinaalden 2,5 mm

stopnaald

vulmateriaal

een restje donker garen voor ogen en neus

De benodigde hoeveelheid wol wordt in het oorspronkelijke patroon niet vermeld.

Maten in het patroon

 

De beschrijving is geschreven voor de vaderteckel. De getallen tussen haakjes gelden achtereenvolgens voor de moederteckel en de pup.

 

Bijvoorbeeld:

8 (6 – 4) steken betekent:

vader: 8 steken

moeder: 6 steken

pup: 4 steken

 

Gebruikte steek

Ribbelsteek: brei iedere naald recht.

 

Lijf

Het lijf wordt vanuit twee pootjes opgebouwd.

 

Eerste pootje

Zet 8 (6 – 4) steken op.

Brei 4 (3 – 2) cm in ribbelsteek.

Laat de steken rusten.

 

Tweede pootje

Brei een tweede pootje op dezelfde manier.

Neem beide pootjes op één naald en zet tussen de twee pootjes 32 (24 – 16) nieuwe steken op.

Je hebt nu in totaal:

vader: 48 steken

moeder: 36 steken

pup: 24 steken

Brei over alle steken 4 (3 – 2) cm in ribbelsteek.

 

Halsopening

Kant aan het begin van de volgende naald 10 (8 – 5) steken af.

Brei de naald verder.

Zet aan het einde van de volgende naald weer 10 (8 – 5) steken op.

Brei vervolgens weer 4 (3 – 2) cm over alle steken.

 

Derde pootje

Brei over de eerste 8 (6 – 4) steken nog 4 (3 – 2) cm.

Kant deze steken af.

Kant vervolgens de middelste 32 (24 – 16) steken af.

 

Vierde pootje

Brei over de resterende 8 (6 – 4) steken nog 4 (3 – 2) cm.

Kant af.

 

Buik en binnenkant van de pootjes

Dit afzonderlijke onderdeel vormt de buik en de binnenzijde van de vier pootjes.

Eerste en tweede pootje

Zet 8 (6 – 4) steken op en brei 4 (3 – 2) cm in ribbelsteek.

Laat de steken rusten.

Brei een tweede pootje op dezelfde manier.

Neem beide delen op één naald en zet er 32 (24 – 16) nieuwe steken tussen.

Brei over alle steken:

2 (1½ – 1) cm.

 

Derde en vierde pootje

Brei vervolgens het derde en vierde pootje op dezelfde manier als bij het lijf:

Brei over de eerste 8 (6 – 4) steken gedurende 4 (3 – 2) cm en kant af.

Kant de middelste 32 (24 – 16) steken af.

Brei over de laatste 8 (6 – 4) steken nog 4 (3 – 2) cm en kant af.

 

Kopje

Het kopje bestaat uit twee gelijke delen.

Zet 22 (17 – 11) steken op.

Brei 4 (3 – 2) cm in ribbelsteek.

Kant 8 (6 – 4) steken af.

Er blijven 14 (11 – 7) steken over.

Brei over deze steken 3 cm.

Kant vervolgens aan het begin van iedere naald 1 steek af totdat er nog 5 (4 – 3) steken over zijn.

Kant de resterende steken in één keer af.

Brei een tweede helft van het kopje op dezelfde manier.

 

Oren

Zet 12 (10 – 6) steken op.

Brei 5 (3½ – 2½) cm in ribbelsteek.

Kant af.

Brei een tweede oor op dezelfde manier.

 

Afwerking

Let op: in het oorspronkelijke handgeschreven patroon ontbreekt de beschrijving van de afwerking. Onderstaande werkwijze is daarom een reconstructie op basis van de vorm van de patroondelen.

Leg het deel voor de buik en binnenkant van de pootjes tegen het grote lichaamsdeel. Naai de overeenkomstige randen van de vier pootjes aan elkaar.

Naai vervolgens de buikstrook langs de onderzijde van het lijf. Laat bij voorkeur bij de hals nog een opening vrij.

Vul de pootjes en het lange lijf licht met vulmateriaal. Vul niet te stevig: het oorspronkelijke model zal waarschijnlijk vrij plat en soepel zijn geweest.

Naai de twee delen van het kopje langs de buitenranden aan elkaar. Laat een kleine opening vrij en vul het kopje licht op. Sluit daarna de opening.

Naai het kopje bij de halsopening stevig aan het lijf.

Naai aan beide zijden van het kopje een oor.

Borduur met donker garen twee kleine ogen en een neus.

Werk alle losse draden weg.

 

Over dit patroon

Dit patroon is overgenomen uit een oud handgeschreven handwerkboek. De oorspronkelijke beschrijving is waar nodig omgezet naar moderne breitermen en overzichtelijker ingedeeld.

De breibeschrijving van de afzonderlijke onderdelen is gebaseerd op het oorspronkelijke patroon. De oorspronkelijke maker heeft echter niet beschreven hoe de teckels in elkaar worden gezet. De afwerking hierboven is daarom een reconstructie en kan bij het proefbreien nog worden aangepast.

 

Heb je dit patroon gebreid? Dan zijn foto's en ervaringen met de constructie extra welkom. Zo kan de gereconstrueerde afwerking waar nodig verder worden verbeterd.

Ontdek meer