Gehaakt sprei

Vintage haakpatroon voor een opengewerkte sprei

Deze gehaakte sprei komt uit een oud handgeschreven haakpatroon. Het patroon bestaat uit een opengewerkt motief van stokjes en lossen, waarbij open vakjes worden afgewisseld met dichter gehaakte delen. De oorspronkelijke beschrijving is hieronder zo zorgvuldig mogelijk vertaald naar moderne haaktermen.

 

Let op: de voorbeeldafbeelding op deze pagina is met AI gegenereerd op basis van het beschreven haakpatroon. Er is geen originele foto van de sprei bewaard gebleven. De afbeelding is daarom bedoeld als sfeer- en voorbeeldbeeld; het uiteindelijke haakwerk kan in motief, verhouding en afwerking afwijken.

Oud Nederlands breipatroon voor een meisjesklokrokje
Oud Nederlands breipatroon voor een meisjesklokrokje
Oud Nederlands breipatroon voor een meisjesklokrokje

Gehaakte sprei – vintage haakpatroon

Dit oude handgeschreven haakpatroon beschrijft een opengewerkte sprei met een geometrisch motief van stokjes en lossen. Het motief wordt eerst opgebouwd van toer 1 t/m 8 en daarna in omgekeerde volgorde teruggehaakt. Zo ontstaat een volledig, symmetrisch motief van 15 toeren.

Na ieder motief volgen volgens het oorspronkelijke patroon 3 toeren met alleen open gaatjes.

 

Belangrijk om te weten

Het oorspronkelijke patroon bevat het volledige motief, maar vermeldt niet:

  • welke garensoort is gebruikt;
  • welke haaknaalddikte is gebruikt;
  • hoeveel garen nodig is;
  • wat de uiteindelijke afmetingen van de sprei zijn;
  • hoe vaak het motief voor een volledige sprei moet worden herhaald.

Haak daarom bij voorkeur eerst één volledig motief als proefstuk.

 

Afkortingen

l = losse

st = stokje

vorige toer = de direct voorafgaande toer

In het oorspronkelijke handschrift worden lossen kettingsteken genoemd.

Er staat bovendien bij vermeld dat steeds door beide lussen van een stokje wordt gestoken.

 

Opzet

Haak 69 lossen.

1e toer

Sla de eerste 7 lossen over.

Haak 1 stokje in de 8e losse vanaf de haaknaald.

Haak vervolgens:

2 lossen;

sla 2 lossen van de opzetketting over;

1 stokje in de volgende losse.

Herhaal daarna 16 keer:

2 lossen;

sla 2 lossen over;

1 stokje in de volgende losse.

Haak vervolgens opnieuw:

2 lossen;

sla 2 lossen over;

1 stokje.

Haak daarna nog 2 keer:

2 lossen;

sla 2 lossen over;

1 stokje.

 

2e toer

Haak 3 lossen ter vervanging van het eerste stokje en keer het werk.

Haak:

2 lossen;

1 stokje op het volgende stokje van de vorige toer;

5 lossen.

Haak vervolgens op de volgende 16 stokjes van de vorige toer:

1 stokje op ieder stokje;

met steeds 2 lossen tussen de stokjes.

Haak daarna:

5 lossen;

1 stokje op het volgende stokje;

2 lossen;

1 stokje op het volgende stokje.

Dit vormt de rand en het middengedeelte van toer 2.

 

3e toer

Haak 5 lossen en keer het werk.

Deze 5 lossen vormen het eerste stokje en de eerste 2 lossen.

Haak vervolgens:

1 stokje op het volgende stokje van de vorige toer;

2 lossen;

1 stokje in het midden van de boog van 5 lossen;

2 lossen.

Haak daarna op de volgende 5 stokjes:

5 stokjes met telkens 2 lossen ertussen.

Haak vervolgens:

2 lossen;

4 stokjes achter elkaar;

2 lossen;

2 stokjes;

2 lossen;

2 stokjes;

2 lossen;

4 stokjes achter elkaar.

Haak daarna opnieuw:

5 stokjes met telkens 2 lossen ertussen.

Haak vervolgens:

2 lossen;

1 stokje in het midden van de volgende boog van 5 lossen;

2 lossen;

1 stokje;

2 lossen;

1 stokje.

 

4e toer

Haak deze toer volgens dezelfde opbouw als de 2e toer.

Vervang in het middengedeelte de groep van 16 stokjes door:

5 stokjes, telkens gescheiden door 2 lossen;

7 stokjes achter elkaar;

2 lossen;

7 stokjes achter elkaar;

5 stokjes, telkens gescheiden door 2 lossen.

Haak de randen zoals bij toer 2.

 

5e toer

Haak de beide randen zoals bij de 3e toer.

Haak het middengedeelte volgens de opbouw van de 4e toer.

 

6e toer

Haak eerst de rand.

Omdat het oorspronkelijke patroon vanaf hier alleen nog spreekt over ‘de rand’, wordt de bestaande randopbouw uit de voorgaande toeren aangehouden.

Haak in het middengedeelte:

2 stokjes;

2 lossen;

2 stokjes;

2 lossen;

10 stokjes achter elkaar;

2 lossen;

4 stokjes achter elkaar;

2 lossen;

4 stokjes achter elkaar;

2 lossen;

10 stokjes achter elkaar;

2 lossen;

2 stokjes;

2 lossen;

2 stokjes.

Haak daarna de andere rand.

 

7e toer

Haak eerst de rand.

Haak daarna:

1 stokje, 2 lossen;

1 stokje, 2 lossen;

1 stokje, 2 lossen;

10 stokjes achter elkaar;

2 lossen, 1 stokje;

2 lossen, 1 stokje;

2 lossen;

10 stokjes achter elkaar;

2 lossen, 1 stokje;

2 lossen, 1 stokje;

2 lossen, 1 stokje.

Haak daarna de andere rand.

Korter geschreven:

3 × (1 st, 2 l), 10 st, 2 × (2 l, 1 st), 2 l, 10 st, 3 × (2 l, 1 st).

 

8e toer

Haak eerst de rand.

Haak daarna:

7 ×: 1 stokje, 2 lossen;

4 stokjes achter elkaar;

7 ×: 2 lossen, 1 stokje.

Haak daarna de andere rand.

Tweede helft van het motief

 

In het oorspronkelijke patroon staat:

‘Het aldus ontstane motief wordt in tegenovergestelde volgorde herhaald.’

 

Na toer 8 haak je de voorgaande toeren daarom in omgekeerde volgorde terug:

9e toer: als toer 7

10e toer: als toer 6

11e toer: als toer 5

12e toer: als toer 4

13e toer: als toer 3

14e toer: als toer 2

15e toer: als toer 1

Daarmee is één volledig symmetrisch motief klaar.

3 toeren met open gaatjes

Na toer 15 staat in het oorspronkelijke patroon:

‘volgen 3 toeren van alleen gaatjes’

Haak daarom na ieder motief 3 toeren in het open rasterpatroon van stokjes en 2 lossen.

 

De open vakjes bestaan uit:

1 stokje, 2 lossen

waarbij het volgende stokje boven het volgende stokje van de vorige toer wordt gehaakt.

Houd aan beide zijkanten de bestaande rand van het patroon aan.

Verder haken van de sprei

Na de 3 opengewerkte toeren kan het motief opnieuw vanaf toer 1 worden opgebouwd.

 

Herhaal:

15 toeren motief + 3 opengewerkte toeren

tot de sprei de gewenste lengte heeft.

 

Het oorspronkelijke handschrift vermeldt niet hoeveel motieven voor de volledige sprei werden gehaakt. Je kunt de uiteindelijke lengte daarom zelf bepalen.

Opmerking bij dit oude patroon

 

Dit patroon is zo zorgvuldig mogelijk vanuit het oorspronkelijke handschrift naar moderne haaktermen vertaald. Vooral vanaf toer 6 gebruikt de oorspronkelijke schrijfster verkorte aanwijzingen zoals ‘de rand’, omdat die rand in de eerdere toeren al is opgebouwd.

Omdat er geen originele foto of proeflap van de sprei bewaard is gebleven, is het verstandig eerst één motief van 15 toeren te haken. Zo kan worden gecontroleerd of het historische patroon in de praktijk dezelfde symmetrische vorm oplevert als uit het handschrift naar voren komt.

Ontdek meer