haakpatroon babymutsje

Dit handgeschreven haakpatroon komt uit het oude handwerkboek van mijn oma. Het mutsje hoort bij het bijpassende vintage gehaakte babyjasje en is hieronder zo nauwkeurig mogelijk vertaald naar moderne haaktermen.

Het patroon wordt gehaakt met een achterstukje in vasten, gevolgd door een sierlijk waaierpatroon en een noppenrand langs de onderkant. Het oorspronkelijke patroon geeft twee maten, maar vermeldt helaas geen exacte leeftijd, hoofdomtrek, garensoort of stekenverhouding.

Oud Nederlands breipatroon voor een meisjesklokrokje
Oud Nederlands breipatroon voor een meisjesklokrokje
Oud Nederlands breipatroon voor een meisjesklokrokje

Vintage haakpatroon baby-mutsje

Dit handgeschreven haakpatroon komt uit het oude handwerkboek van mijn oma. Het mutsje hoort bij het eerder beschreven babyjasje en is hieronder zo nauwkeurig mogelijk vertaald naar moderne haaktermen.

Het oorspronkelijke patroon geeft twee maten, maar vermeldt bij het mutsje geen leeftijd, hoofdomtrek, garensoort of stekenverhouding. Waar twee aantallen worden genoemd, geldt steeds:

kleine maat / grote maat

 

Benodigdheden

Het mutsje is bedoeld om met hetzelfde garen als het bijbehorende babyjasje te worden gehaakt.

In het oorspronkelijke patroon worden voor het jasje genoemd:

haaknaald 3,5 mm

bijpassend garen

De exacte garensoort en stekenverhouding ontbreken.

 

Speciale steken

Waaiersteek

Haak in dezelfde steek of lossenruimte:

2 stokjes, 1 losse, 2 stokjes.

De losse in het midden vormt het boogje waarin in de volgende toer de volgende waaier wordt gehaakt.

 

Nop

Haak de nop als volgt:

Haak 1 losse.

Steek de haaknaald in de aangegeven steek.

Sla de draad om en haal een lus op. Trek deze lus iets langer op.

Sla de draad om, steek opnieuw in dezelfde steek en haal opnieuw een lange lus op.

Herhaal dit nog eenmaal in dezelfde steek.

Sla 1 steek over.

Steek de haaknaald in de volgende steek.

Sla de draad om en haal de draad door de steek én vervolgens door alle lussen op de haaknaald.

Haak 1 losse om de nop vast te zetten.

Voor de volgende nop begin je opnieuw in de steek waarin de vorige nop is afgehaakt.

 

Achterstukje

Opzet

Haak:

9 lossen voor de kleine maat

11 lossen voor de grote maat

Haak vervolgens vasten.

Het oorspronkelijke patroon verwijst hierbij naar het pasje van het babyjasje. Daar worden de vasten afwisselend in één lus van de steek gehaakt, waardoor een licht geribbelde structuur ontstaat.

 

Eerste toer

Begin in de 2e losse vanaf de haaknaald en haak 1 vaste in iedere losse.

Volgende toeren

Haak verder in vasten.

Meer in iedere 4e toer aan beide kanten 1 vaste, telkens 1 steek vanaf de zijkant.

Ga hiermee door tot je hebt:

14 vasten voor de kleine maat

18 vasten voor de grote maat

Haak daarna zonder meerderen verder tot het achterstukje in totaal:

16 toeren hoog is voor de kleine maat

18 toeren hoog is voor de grote maat

Hecht af.

 

Rand rondom het achterstukje

Hecht de draad opnieuw aan.

Haak langs beide zijkanten van het achterstukje:

1 vaste in iedere toer.

Haak vervolgens langs de bovenkant:

1 vaste in iedere vaste.

Je hebt nu in totaal:

46 vasten voor de kleine maat

54 vasten voor de grote maat

Keer het werk.

 

Waaiergedeelte

Eerste waaiertoer

Haak 3 lossen. Deze tellen als het eerste stokje.

Sla 2 vasten over.

Haak in de volgende vaste:

2 stokjes, 1 losse, 2 stokjes.

Dit is 1 waaier.

Herhaal vervolgens:

* sla 3 vasten over, haak 1 waaier in de volgende vaste *

Herhaal van * tot *.

Aan het einde:

sla 2 vasten over;

haak 1 stokje in de laatste vaste.

 

Tweede waaiertoer

Keer het werk met 3 lossen.

Haak in ieder boogje van 1 losse van de vorige toer:

2 stokjes, 1 losse, 2 stokjes.

Eindig met 1 stokje in de bovenste, oftewel de 3e, keerlos van de vorige toer.

 

Volgende waaiertoeren

Herhaal de tweede waaiertoer totdat er in totaal zijn gehaakt:

7 waaiertoeren voor de kleine maat

8 waaiertoeren voor de grote maat

 

Noppenrand

Na de waaiertoeren wordt de onderrand van het mutsje afgewerkt.

 

Eerste randtoer

Haak op iedere waaier 2 noppen.

Ga daarna verder langs de onderkant van het mutsje.

Haak langs de zijkant van het achterstukje:

2 vasten per toer.

Haak langs de oorspronkelijke opzet van het achterstukje:

1 vaste in iedere steek.

Haak vervolgens langs de andere zijkant eveneens:

2 vasten per toer.

 

Tweede randtoer

Keer het werk met 3 lossen.

Herhaal:

* sla 1 vaste over, haak 1 stokje in de volgende vaste, haak 1 losse *

Herhaal van * tot * langs de rand.

Eindig met 1 stokje in de laatste vaste van de vorige toer.

Hecht af.

 

Matenoverzicht

 

Kleine maat

Opzet achterstukje: 9 lossen
Meerderen tot: 14 vasten
Hoogte achterstukje: 16 toeren
Vasten rondom het achterstukje: 46 vasten
Waaiergedeelte: 7 toeren

 

Grote maat

Opzet achterstukje: 11 lossen
Meerderen tot: 18 vasten
Hoogte achterstukje: 18 toeren
Vasten rondom het achterstukje: 54 vasten
Waaiergedeelte: 8 toeren

 

 

Opmerking bij het oorspronkelijke patroon

Het patroon vermeldt geen exacte babymaat of hoofdomtrek. Ook de stekenverhouding ontbreekt. Daardoor is niet met zekerheid vast te stellen voor welke leeftijd de twee maten bedoeld zijn.

De beschrijving hierboven volgt de aantallen en constructie uit het oorspronkelijke handschrift zo nauwkeurig mogelijk. Omdat het patroon naar technieken uit het bijbehorende babyjasje verwijst, zijn de waaiersteek en de noppensteek met behulp van dat patroon volledig uitgeschreven.

 

Ontdek meer