In Kalmte in het dal ontstaat uit bestaande woorden een rustig stiftgedicht over stilte en landschap. Bergen, een dal en een weg naar boven vormen samen een beeld van verstilling, beweging en ruimte.

De bergen ademde kalmte
in het dal een auto met stof achter zich aan
het dwaalde
het nam een pad naar boven
in de verte lag een weg
door de romeinen aangelegd
uit: Ooievaarsblues (Barth Chabot)